De regels van het schermen

Het doel van het schermen, de ontmoeting en het toernooi

Het schermen is een sport en het doel is dan ook vanzelfsprekend: winnen. Een schermtoernooi bestaat uit één of meer voorrondes en een eliminatieronden. Er zijn dan ook twee typen ontmoetingen (partijen), de voorrondepartij en de eliminatiepartij. Tijdens de voorrondepartij heeft de schermer drie minuten effectieve speeltijd om vijf punten te scoren. Degene die het eerste die vijf punten bereikt wint de ontmoeting. In de voorrondes worden over het algemeen één of meerdere poules van ca 5 partijen geschermd om de voorlopige ranglijst van het toernooi vast te stellen. Verlies in de voorrondes betekent dus niet automatisch uitsluiting van het toernooi, maar uiteraard wel een lagere ranking. Met behulp van deze voorlopige ranglijst wordt vastgesteld welke schermers tegen elkaar elimineren.

Een eliminatiepartij verloopt volgens dezelfde regels als een voorrondepartij, maar dit keer moeten er vijftien punten gescoord worden in drie periodes van drie minuten. Ook hier geldt weer dat de schermer die deze score het eerste haalt, wint.

 

De wapens en het recht van aanval

Het olympisch schermen wordt gedaan op drie verschillende wapens. Deze zijn op twee manieren in te delen: als steekwapens of slagwapens en als "conventiewapens".

 

De degen en floret lijken op elkaar in de zin dat het beiden steekwapens zijn. Dit betekent dat er letterlijk alleen treffers geregistreerd (of in het geval van mechanisch schermen: erkend) worden wanneer de tegenstander met de punt getroffen wordt. Een houw op het lichaam heeft geen enkele invloed op het verloop van de partij wat punten betreft. De sabel daarentegen is het enige wapen waarmee zowel met een slag als steek kan worden gescoord.

 

Daarnaast kennen we de conventiewapens en niet-conventiewapens. De conventiewapens zijn de floret en sabel. Dat een wapen een conventiewapen is wil zeggen dat er de speciale "recht van aanval" regel op van toepassing is. Deze regel is bijna allesbepalend voor de techniek en tactiek bij het sabel- en floretschermen. Het "recht van aanval" houdt namelijk in dat de schermer, die begint met een offensieve actie, van de scheidsrechter de voorkeur krijgt als beiden vervolgens treffen. De schermer die aangevallen wordt moet dus áltijd afweren (en op die manier het recht van aanval overnemen) of ontwijken. Een bijkomend effect van het recht van aanval is dat nooit beide schermers tegelijkertijd een punt kunnen krijgen. Dit betekent in de praktijk dat de aangevallen schermer veelal defensief moet reageren op een aanval en er acties uitgelokt kunnen worden. Ook betekent het dat degene die aanvalt een zekere "bescherming" geniet en dat aanvallen daarmee een (iets) minder risicovolle tactiek is dan bij het degenschermen.

 

De loper

Het schermen speelt zich af op een piste, de loper, van 1,5 tot 2 m breed en 14 meter lang. De grenzen van deze loper mogen niet overtreden worden. Zodra een schermer zijwaarts van de loper afstapt wordt de partij onmiddelijk stopgezet. Wanneer hij de loper met twee voeten achterwaarts verlaat krijgt hij zelfs een punt tegen. 

 

Overtredingen

Het schermen is er een sport en er zijn dus uiteraard ook bepaalde dingen verboden. Met name alle vormen van lichamelijk contact tussen de schermers zijn verboden. Daarnaast mag een schermer zich niet omdraaien tijdens het gevecht en is het verboden om het geldig trefvlak (bij floret en sabel) achter het ongeldig treflvak te verbergen (bijvoorbeeld door je arm voor het lichaam te houden bij floret).